Romeinen 2:9
“Verdrukking en benauwdheid, over elke ziel van de mens die het kwade doet; de Jood eerst, en ook de Griek;”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 2 — omringende verzen
Of veracht gij de rijkdom van Zijn goedheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, niet wetende dat de goedheid van God u tot bekering leidt?
5Maar naar uw hardheid en onbekeerlijk hart vergadert gij uzelf toorn als een schat, tegen de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel van God;
6Die aan een ieder vergelden zal naar zijn werken:
7Dengenen die met volharding in goed te doen, heerlijkheid en eer en onverderfelijkheid zoeken, het eeuwige leven;
8Maar dengenen die twistziek zijn en der waarheid ongehoorzaam, doch der ongerechtigheid gehoorzaam, toorn en gramschap,
Verdrukking en benauwdheid, over elke ziel van de mens die het kwade doet; de Jood eerst, en ook de Griek;
Maar heerlijkheid, eer en vrede aan ieder die het goede doet; de Jood eerst, en ook de Griek;
11Want er is geen aanzien des persoons bij God.
12Want zovelen als er zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en zovelen als er onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden;
13(Want de hoorders der wet zijn niet rechtvaardig voor God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.
14Want wanneer de heidenen, die de wet niet hebben, van nature de dingen doen die in de wet staan, dezen, de wet niet hebbende, zijn zichzelf een wet;