Romeinen 4:10
“Hoe werd het dan gerekend? Toen hij in de besnijdenis was, of in de onbesnijdenis? Niet in de besnijdenis, maar in de onbesnijdenis.”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 4 — omringende verzen
Maar hem die niet werkt, maar gelooft in Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid.
6Gelijk ook David de zaligheid beschrijft van de mens aan wie God gerechtigheid toerekent zonder werken,
7Zeggende: Zalig zijn zij wier ongerechtigheden vergeven zijn en wier zonden bedekt zijn.
8Zalig is de man aan wie de Heer de zonde niet zal toerekenen.
9Komt dan deze zaligheid over de besnijdenis alleen, of ook over de onbesnijdenis? Want wij zeggen dat het geloof Abraham gerekend is tot gerechtigheid.
Hoe werd het dan gerekend? Toen hij in de besnijdenis was, of in de onbesnijdenis? Niet in de besnijdenis, maar in de onbesnijdenis.
En hij ontving het teken der besnijdenis, een zegel van de gerechtigheid des geloofs die hij had in de onbesnijdenis, opdat hij een vader zou zijn van allen die geloven in de onbesnijdenis, opdat hun ook de gerechtigheid toegerekend zou worden;
12En een vader van de besnijdenis voor hen die niet alleen van de besnijdenis zijn, maar die ook wandelen in de voetstappen van het geloof van onze vader Abraham, dat hij had in de onbesnijdenis.
13Want de belofte dat hij erfgenaam van de wereld zou zijn, was niet voor Abraham of zijn zaad door de wet, maar door de gerechtigheid des geloofs.
14Want indien zij die van de wet zijn erfgenamen zijn, dan is het geloof ijdel geworden en de belofte tenietgedaan;
15Omdat de wet toorn bewerkt; want waar geen wet is, is ook geen overtreding.