Romeinen 9:20
“Maar wie bent u, o mens, dat u tegen God in repliek gaat? Zal het maaksel tot hem die het gemaakt heeft zeggen: Waarom hebt U mij zo gemaakt?”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 9 — omringende verzen
Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontferm, en Ik zal barmhartig zijn voor wie Ik barmhartig ben.
16Het is dus niet van hem die wil, noch van hem die loopt, maar van God die barmhartigheid bewijst.
17Want de Schrift zegt tot Farao: Juist hiervoor heb Ik u verwekt, dat Ik Mijn kracht in u zou tonen, en dat Mijn naam verkondigd zou worden op de gehele aarde.
18Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil.
19U zult dan tot mij zeggen: Waarom vindt Hij dan nog fout? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?
Maar wie bent u, o mens, dat u tegen God in repliek gaat? Zal het maaksel tot hem die het gemaakt heeft zeggen: Waarom hebt U mij zo gemaakt?
Heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp het ene vat te maken tot eer, en het andere tot oneer?
22Wat nu als God, willende Zijn toorn te tonen en Zijn kracht bekend te maken, met veel geduld de vaten des toorns verdragen heeft, die tot verderf toebereid zijn,
23opdat Hij de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend zou maken aan de vaten der barmhartigheid, die Hij tevoren tot heerlijkheid bereid heeft,
24namelijk ons, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen?
25Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hen Mijn volk noemen, die niet Mijn volk waren; en haar de geliefde, die niet de geliefde was.