Romeinen 9:22
“Wat nu als God, willende Zijn toorn te tonen en Zijn kracht bekend te maken, met veel geduld de vaten des toorns verdragen heeft, die tot verderf toebereid zijn,”
Kruisverwijzingen
Context
Romeinen 9 — omringende verzen
Want de Schrift zegt tot Farao: Juist hiervoor heb Ik u verwekt, dat Ik Mijn kracht in u zou tonen, en dat Mijn naam verkondigd zou worden op de gehele aarde.
18Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil, en Hij verhardt wie Hij wil.
19U zult dan tot mij zeggen: Waarom vindt Hij dan nog fout? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?
20Maar wie bent u, o mens, dat u tegen God in repliek gaat? Zal het maaksel tot hem die het gemaakt heeft zeggen: Waarom hebt U mij zo gemaakt?
21Heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp het ene vat te maken tot eer, en het andere tot oneer?
Wat nu als God, willende Zijn toorn te tonen en Zijn kracht bekend te maken, met veel geduld de vaten des toorns verdragen heeft, die tot verderf toebereid zijn,
opdat Hij de rijkdom van Zijn heerlijkheid bekend zou maken aan de vaten der barmhartigheid, die Hij tevoren tot heerlijkheid bereid heeft,
24namelijk ons, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen?
25Gelijk Hij ook in Hosea zegt: Ik zal hen Mijn volk noemen, die niet Mijn volk waren; en haar de geliefde, die niet de geliefde was.
26En het zal geschieden, dat op de plaats waar tot hen gezegd werd: Gij zijt Mijn volk niet; daar zullen zij kinderen van de levende God genoemd worden.
27Jesaja roept ook over Israël: Al was het getal der kinderen Israëls als het zand der zee, slechts een overblijfsel zal behouden worden.