Spreuken 30:25
“De mieren zijn een volk zonder kracht, en toch bereiden zij hun voedsel in de zomer;”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 30 — omringende verzen
Zo is de weg van een overspelige vrouw; zij eet en wist haar mond af, en zegt: Ik heb geen kwaad gedaan.
21Om drie dingen is de aarde in beroering, en om vier dingen kan zij het niet dragen:
22Om een knecht als hij regeert; en een dwaas als hij met spijze verzadigd is;
23om een gehate vrouw als zij getrouwd is; en een dienstmaagd die de erfgename is van haar meesteres.
24Er zijn vier dingen die klein zijn op aarde, maar zij zijn uitermate wijs:
De mieren zijn een volk zonder kracht, en toch bereiden zij hun voedsel in de zomer;
de klipdassen zijn een zwak volk, en toch bouwen zij hun huizen in de rotsen;
27de sprinkhanen hebben geen koning, en toch trekken zij allen gezamenlijk uit in benden;
28de spin grijpt met haar handen, en zij is in de paleizen van koningen.
29Er zijn drie dingen die goed voortgaan, ja, vier die bevallig zijn in hun gang:
30Een leeuw, die het sterkste is onder de dieren en zich voor niemand terugtrekt;