Spreuken 30:29
“Er zijn drie dingen die goed voortgaan, ja, vier die bevallig zijn in hun gang:”
Kruisverwijzingen
Context
Spreuken 30 — omringende verzen
Er zijn vier dingen die klein zijn op aarde, maar zij zijn uitermate wijs:
25De mieren zijn een volk zonder kracht, en toch bereiden zij hun voedsel in de zomer;
26de klipdassen zijn een zwak volk, en toch bouwen zij hun huizen in de rotsen;
27de sprinkhanen hebben geen koning, en toch trekken zij allen gezamenlijk uit in benden;
28de spin grijpt met haar handen, en zij is in de paleizen van koningen.
Er zijn drie dingen die goed voortgaan, ja, vier die bevallig zijn in hun gang:
Een leeuw, die het sterkste is onder de dieren en zich voor niemand terugtrekt;
31een windhond; ook een bok; en een koning voor wie niemand opstaat.
32Indien u dwaas gehandeld hebt door uzelf te verheffen, of indien u kwaad bedacht hebt, legt dan uw hand op uw mond.
33Voorwaar, het karnen van melk brengt boter voort, en het drukken op de neus brengt bloed voort; zo brengt het wekken van toorn twist voort.