Terug naar Zacharia 1
VSV
Statenvertaling

Zacharia 1:10

En de man die tussen de mirtestruiken stond antwoordde en zeide: Dezen zijn het, die de HEER gezonden heeft om de aarde door te trekken.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 1 — omringende verzen

5

Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij in eeuwigheid?

6

Maar Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, de profeten, geboden had, hebben die uw vaderen niet getroffen? En zij keerden zich en zeiden: Gelijk de HEER der heerscharen gedacht had met ons te doen, naar onze wegen en naar onze daden, zo heeft Hij met ons gedaan.

7

Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, welke de maand Sebat is, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de HEER tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, en zeide:

8

Ik zag des nachts, en zie, een man rijdende op een rood paard, en hij stond tussen de mirtestruiken die in de laagte waren; en achter hem waren rode, gevlekte en witte paarden.

9

Toen zeide ik: O mijn heer, wat zijn deze? En de engel die met mij sprak zeide tot mij: Ik zal u tonen wat deze zijn.

10

En de man die tussen de mirtestruiken stond antwoordde en zeide: Dezen zijn het, die de HEER gezonden heeft om de aarde door te trekken.

11

En zij antwoordden de engel van de HEER die tussen de mirtestruiken stond en zeiden: Wij hebben de aarde doortrokken, en zie, de gehele aarde zit stil en is in rust.

12

Toen antwoordde de engel van de HEER en zeide: O HEER der heerscharen, hoe lang zult U Jeruzalem en de steden van Juda niet barmhartig zijn, waarover U deze zeventig jaren toornig geweest bent?

13

En de HEER antwoordde de engel die met mij sprak met goede en troostelijke woorden.

14

Zo zeide de engel die met mij sprak tot mij: Roep uit en zeg: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand.

15

En Ik ben zeer misnoegd over de heidenen die in rust zijn; want Ik was slechts een weinig misnoegd, maar zij hebben het onheil verergerd.