Zacharia 1:9
“Toen zeide ik: O mijn heer, wat zijn deze? En de engel die met mij sprak zeide tot mij: Ik zal u tonen wat deze zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
Zacharia 1 — omringende verzen
Weest niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten geroepen hebben: Zo zegt de HEER der heerscharen: Bekeert u nu van uw boze wegen en van uw boze daden; maar zij hoorden niet en sloegen geen acht op Mij, zegt de HEER.
5Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij in eeuwigheid?
6Maar Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, de profeten, geboden had, hebben die uw vaderen niet getroffen? En zij keerden zich en zeiden: Gelijk de HEER der heerscharen gedacht had met ons te doen, naar onze wegen en naar onze daden, zo heeft Hij met ons gedaan.
7Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, welke de maand Sebat is, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de HEER tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, en zeide:
8Ik zag des nachts, en zie, een man rijdende op een rood paard, en hij stond tussen de mirtestruiken die in de laagte waren; en achter hem waren rode, gevlekte en witte paarden.
Toen zeide ik: O mijn heer, wat zijn deze? En de engel die met mij sprak zeide tot mij: Ik zal u tonen wat deze zijn.
En de man die tussen de mirtestruiken stond antwoordde en zeide: Dezen zijn het, die de HEER gezonden heeft om de aarde door te trekken.
11En zij antwoordden de engel van de HEER die tussen de mirtestruiken stond en zeiden: Wij hebben de aarde doortrokken, en zie, de gehele aarde zit stil en is in rust.
12Toen antwoordde de engel van de HEER en zeide: O HEER der heerscharen, hoe lang zult U Jeruzalem en de steden van Juda niet barmhartig zijn, waarover U deze zeventig jaren toornig geweest bent?
13En de HEER antwoordde de engel die met mij sprak met goede en troostelijke woorden.
14Zo zeide de engel die met mij sprak tot mij: Roep uit en zeg: Zo zegt de HEER der heerscharen: Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand.