Terug naar Zacharia 1
VSV
Statenvertaling

Zacharia 1:6

Maar Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, de profeten, geboden had, hebben die uw vaderen niet getroffen? En zij keerden zich en zeiden: Gelijk de HEER der heerscharen gedacht had met ons te doen, naar onze wegen en naar onze daden, zo heeft Hij met ons gedaan.

Kruisverwijzingen

Context

Zacharia 1 — omringende verzen

1

In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de HEER tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, en zeide:

2

De HEER is zeer misnoegd geweest over uw vaderen.

3

Zeg daarom tot hen: Zo zegt de HEER der heerscharen: Bekeert u tot Mij, zegt de HEER der heerscharen, en Ik zal Mij tot u bekeren, zegt de HEER der heerscharen.

4

Weest niet als uw vaderen, tot wie de vroegere profeten geroepen hebben: Zo zegt de HEER der heerscharen: Bekeert u nu van uw boze wegen en van uw boze daden; maar zij hoorden niet en sloegen geen acht op Mij, zegt de HEER.

5

Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij in eeuwigheid?

6

Maar Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, de profeten, geboden had, hebben die uw vaderen niet getroffen? En zij keerden zich en zeiden: Gelijk de HEER der heerscharen gedacht had met ons te doen, naar onze wegen en naar onze daden, zo heeft Hij met ons gedaan.

7

Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, welke de maand Sebat is, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord van de HEER tot Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo, de profeet, en zeide:

8

Ik zag des nachts, en zie, een man rijdende op een rood paard, en hij stond tussen de mirtestruiken die in de laagte waren; en achter hem waren rode, gevlekte en witte paarden.

9

Toen zeide ik: O mijn heer, wat zijn deze? En de engel die met mij sprak zeide tot mij: Ik zal u tonen wat deze zijn.

10

En de man die tussen de mirtestruiken stond antwoordde en zeide: Dezen zijn het, die de HEER gezonden heeft om de aarde door te trekken.

11

En zij antwoordden de engel van de HEER die tussen de mirtestruiken stond en zeiden: Wij hebben de aarde doortrokken, en zie, de gehele aarde zit stil en is in rust.