Psalmen 29
Geeft aan de HEER, o gij machtigen, geeft aan de HEER heerlijkheid en sterkte.
Geeft aan de HEER de heerlijkheid die Zijn naam toekomt; buigt u voor de HEER neder in de heerlijkheid van heiligheid.
De stem van de HEER is op de wateren; de God der heerlijkheid dondert; de HEER is op de grote wateren.
De stem van de HEER is krachtig; de stem van de HEER is vol van majesteit.
De stem van de HEER breekt de ceders; ja, de HEER breekt de ceders van Libanon.
Hij doet hen ook springen als een kalf; Libanon en Sirjon als een jonge eenhoorn.
De stem van de HEER splijt vuurvlammen.
De stem van de HEER doet de woestijn beven; de HEER doet de woestijn van Kades beven.
De stem van de HEER doet de hinden kalven, en ontbloot de wouden; en in Zijn tempel spreekt een ieder van Zijn heerlijkheid.
De HEER troont boven de vloed; ja, de HEER troont als Koning voor eeuwig.
De HEER zal Zijn volk kracht geven; de HEER zal Zijn volk zegenen met vrede.
11 verzen
Statenvertaling