1 Korintiërs 9:8
“Zeg ik deze dingen als een mens? Of zegt de wet niet hetzelfde?”
Kruisverwijzingen
Context
1 Korintiërs 9 — omringende verzen
Mijn antwoord aan hen die mij ondervragen, is dit:
4Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken?
5Hebben wij niet het recht om een zuster, een vrouw, mee te nemen, evenals de andere apostelen, en de broeders des Heren, en Cefas?
6Of hebben alleen ik en Barnabas niet het recht om van werken af te zien?
7Wie dient ooit als soldaat op eigen kosten? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vrucht daarvan? Of wie weidt een kudde en drinkt niet van de melk der kudde?
Zeg ik deze dingen als een mens? Of zegt de wet niet hetzelfde?
Want er is geschreven in de wet van Mozes: Gij zult een dorsende os niet muilbanden. Bekommert God Zich om ossen?
10Of zegt Hij het geheel en al om onzentwil? Want om onzentwil is dit ongetwijfeld geschreven: dat hij die ploegt, in hoop moet ploegen; en dat hij die dorst, in hoop moet dorsen, deelgenoot te zijn van zijn hoop.
11Indien wij voor u geestelijke dingen gezaaid hebben, is het dan een grote zaak als wij uw stoffelijke dingen oogsten?
12Indien anderen deel hebben aan dit recht over u, hoeveel te meer wij niet? Nochtans hebben wij dit recht niet gebruikt; maar wij verdragen alles, opdat wij het Evangelie van Christus niet zouden hinderen.
13Weet gij niet dat zij die heilige diensten verrichten, leven van de dingen des tempels? En dat zij die de dienst aan het altaar waarnemen, delen in het altaar?