1 Kronieken 24:26
“De zonen van Merari waren Mahli en Musi; de zonen van Jaäzja: Beno.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 24 — omringende verzen
Aangaande Rehabja: van de zonen van Rehabja was de eerste Jissia.
22Van de Jizharieten: Selomoth; van de zonen van Selomoth: Jahath.
23En de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahazïel de derde, Jekameam de vierde.
24Van de zonen van Uzziël: Micha; van de zonen van Micha: Samir.
25De broeder van Micha was Jissia; van de zonen van Jissia: Zacharia.
De zonen van Merari waren Mahli en Musi; de zonen van Jaäzja: Beno.
De zonen van Merari door Jaäzja: Beno, en Soham, en Zakkur, en Ibri.
28Van Mahli kwam Eléazar voort, die geen zonen had.
29Aangaande Kis: de zoon van Kis was Jerahmeel.
30De zonen van Musi waren ook: Mahli, en Eder, en Jerimoth. Dit waren de zonen van de Levieten naar het huis van hun vaderen.
31Dezen wierpen eveneens het lot tegenover hun broeders, de zonen van Aäron, in de tegenwoordigheid van de koning David, en van Zadok, en Achimelech, en de hoofden der vaderen van de priesters en Levieten, namelijk de voornaamste vaderen tegenover hun jongere broeders.