1 Kronieken 24:28
“Van Mahli kwam Eléazar voort, die geen zonen had.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 24 — omringende verzen
En de zonen van Hebron: Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahazïel de derde, Jekameam de vierde.
24Van de zonen van Uzziël: Micha; van de zonen van Micha: Samir.
25De broeder van Micha was Jissia; van de zonen van Jissia: Zacharia.
26De zonen van Merari waren Mahli en Musi; de zonen van Jaäzja: Beno.
27De zonen van Merari door Jaäzja: Beno, en Soham, en Zakkur, en Ibri.
Van Mahli kwam Eléazar voort, die geen zonen had.
Aangaande Kis: de zoon van Kis was Jerahmeel.
30De zonen van Musi waren ook: Mahli, en Eder, en Jerimoth. Dit waren de zonen van de Levieten naar het huis van hun vaderen.
31Dezen wierpen eveneens het lot tegenover hun broeders, de zonen van Aäron, in de tegenwoordigheid van de koning David, en van Zadok, en Achimelech, en de hoofden der vaderen van de priesters en Levieten, namelijk de voornaamste vaderen tegenover hun jongere broeders.