VSV
Statenvertaling1 Kronieken 24:31
“Dezen wierpen eveneens het lot tegenover hun broeders, de zonen van Aäron, in de tegenwoordigheid van de koning David, en van Zadok, en Achimelech, en de hoofden der vaderen van de priesters en Levieten, namelijk de voornaamste vaderen tegenover hun jongere broeders.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 24 — omringende verzen
26
De zonen van Merari waren Mahli en Musi; de zonen van Jaäzja: Beno.
27De zonen van Merari door Jaäzja: Beno, en Soham, en Zakkur, en Ibri.
28Van Mahli kwam Eléazar voort, die geen zonen had.
29Aangaande Kis: de zoon van Kis was Jerahmeel.
30De zonen van Musi waren ook: Mahli, en Eder, en Jerimoth. Dit waren de zonen van de Levieten naar het huis van hun vaderen.
31
Dezen wierpen eveneens het lot tegenover hun broeders, de zonen van Aäron, in de tegenwoordigheid van de koning David, en van Zadok, en Achimelech, en de hoofden der vaderen van de priesters en Levieten, namelijk de voornaamste vaderen tegenover hun jongere broeders.