1 Kronieken 25:14
“het zevende aan Jesaréla, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
Nu viel het eerste lot voor Asaf aan Jozef; het tweede aan Gedalja, die met zijn broeders en zonen twaalf waren;
10het derde aan Zakkur, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
11het vierde aan Izri, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
12het vijfde aan Nethanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
13het zesde aan Bukkia, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het zevende aan Jesaréla, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het achtste aan Jesaja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
16het negende aan Mattanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
17het tiende aan Simeï, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
18het elfde aan Azaréel, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
19het twaalfde aan Hasabja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;