1 Kronieken 25:16
“het negende aan Mattanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
het vierde aan Izri, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
12het vijfde aan Nethanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
13het zesde aan Bukkia, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
14het zevende aan Jesaréla, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
15het achtste aan Jesaja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het negende aan Mattanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het tiende aan Simeï, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
18het elfde aan Azaréel, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
19het twaalfde aan Hasabja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
20het dertiende aan Subaël, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
21het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;