1 Kronieken 25:18
“het elfde aan Azaréel, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
het zesde aan Bukkia, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
14het zevende aan Jesaréla, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
15het achtste aan Jesaja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
16het negende aan Mattanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
17het tiende aan Simeï, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het elfde aan Azaréel, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het twaalfde aan Hasabja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
20het dertiende aan Subaël, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
21het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
22het vijftiende aan Jeremoth, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
23het zestiende aan Hananja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;