1 Kronieken 25:21
“het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
het negende aan Mattanja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
17het tiende aan Simeï, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
18het elfde aan Azaréel, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
19het twaalfde aan Hasabja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
20het dertiende aan Subaël, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het vijftiende aan Jeremoth, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
23het zestiende aan Hananja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
24het zeventiende aan Josbekas, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
25het achttiende aan Hanani, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
26het negentiende aan Mallothi, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;