1 Kronieken 25:24
“het zeventiende aan Josbekas, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
het twaalfde aan Hasabja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
20het dertiende aan Subaël, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
21het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
22het vijftiende aan Jeremoth, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
23het zestiende aan Hananja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het zeventiende aan Josbekas, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het achttiende aan Hanani, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
26het negentiende aan Mallothi, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
27het twintigste aan Eliatha, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
28het eenentwintigste aan Hothir, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
29het tweeëntwintigste aan Giddalti, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;