1 Kronieken 25:26
“het negentiende aan Mallothi, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 25 — omringende verzen
het veertiende aan Mattithja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
22het vijftiende aan Jeremoth, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
23het zestiende aan Hananja, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
24het zeventiende aan Josbekas, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
25het achttiende aan Hanani, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het negentiende aan Mallothi, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
het twintigste aan Eliatha, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
28het eenentwintigste aan Hothir, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
29het tweeëntwintigste aan Giddalti, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
30het drieëntwintigste aan Mahazioth, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf;
31het vierentwintigste aan Romamti-Ezer, hij, zijn zonen en zijn broeders waren twaalf.