1 Kronieken 4:31
“En te Bet-Marcabot, en Hasar-Susim, en te Bet-Biri, en te Saaraïm. Dit waren hun steden tot aan de regering van David.”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 4 — omringende verzen
En de zonen van Misma: Hamuël zijn zoon, Zakkur zijn zoon, Simeï zijn zoon.
27En Simeï had zestien zonen en zes dochters; maar zijn broeders hadden niet veel kinderen, en het gehele geslacht vermenigvuldigde niet zoveel als de kinderen van Juda.
28En zij woonden te Berseba, en Molada, en Hasar-Sual,
29En te Bilha, en te Ezem, en te Tolad,
30En te Betuël, en te Horma, en te Ziklag,
En te Bet-Marcabot, en Hasar-Susim, en te Bet-Biri, en te Saaraïm. Dit waren hun steden tot aan de regering van David.
En hun gehuchten waren: Etam, en Ain, Rimmon, en Tochen, en Asan — vijf steden;
33En al hun gehuchten die rondom deze steden lagen, tot aan Baäl. Dit waren hun woonplaatsen en hun geslachtsregister.
34En Messobab, en Jamlech, en Josah, de zoon van Amazia,
35En Joël, en Jehu, de zoon van Josibja, de zoon van Seraja, de zoon van Asiël,
36En Elioenai, en Jaäkoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiël, en Jesimiel, en Benaja,