1 Kronieken 6:58
“En Hilen met haar weiden, Debir met haar weiden,”
Kruisverwijzingen
Context
1 Kronieken 6 — omringende verzen
Zadok zijn zoon, Ahimaäz zijn zoon.
54Dit nu zijn hun woonplaatsen in hun vestingen binnen hun grenzen, van de zonen van Aäron, van de geslachten der Kahathieten, want hun was het lot.
55En zij gaven hun Hebron in het land Juda, met de weiden daaromheen.
56Maar de akkers van de stad en de dorpen daarvan gaven zij aan Kaleb, de zoon van Jefunne.
57En aan de zonen van Aäron gaven zij de steden van Juda, namelijk Hebron, de vrijstad, en Libna met haar weiden, en Jattir, en Estemoa met hun weiden,
En Hilen met haar weiden, Debir met haar weiden,
En Asan met haar weiden, en Beth-Semes met haar weiden;
60En uit de stam Benjamin: Geba met haar weiden, en Alemet met haar weiden, en Anathoth met haar weiden. Al hun steden door hun geslachten waren dertien steden.
61En aan de overige zonen van Kahath werden uit de halve stam Manasse bij het lot tien steden gegeven.
62En aan de zonen van Gersom werden door hun geslachten gegeven uit de stam Issachar, en uit de stam Aser, en uit de stam Naftali, en uit de stam Manasse in Basan, dertien steden.
63Aan de zonen van Merari werden bij het lot gegeven, door hun geslachten, uit de stam Ruben, en uit de stam Gad, en uit de stam Zebulon, twaalf steden.