Terug naar 2 Samuël 15
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 15:26

Maar indien Hij aldus zegt: Ik heb geen welgevallen in u; zie, hier ben ik, laat Hem met mij doen wat goed is in zijn ogen.

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 15 — omringende verzen

21

En Ittai antwoordde de koning en zeide: Zo waarlijk als de HEER leeft, en zo waarlijk als mijn heer de koning leeft, voorwaar, op welke plaats mijn heer de koning ook zij, hetzij in de dood of in het leven, aldaar zal ook uw knecht zijn.

22

En David zeide tot Ittai: Ga heen en trek over. En Ittai de Gittiet trok over, en al zijn mannen en al de kleinen die bij hem waren.

23

En heel het land weende met luider stem, en al het volk trok over; de koning zelf trok over de beek Kidron, en al het volk trok over naar de weg van de woestijn.

24

En zie, ook Zadok en al de Levieten waren bij hem, die de ark van het verbond Gods droegen; en zij zetten de ark Gods neer; en Abjathar ging op, totdat al het volk opgehouden had uit de stad te trekken.

25

En de koning zeide tot Zadok: Breng de ark Gods terug naar de stad; indien ik genade vind in de ogen des HEREN, zal Hij mij terugbrengen en mij haar en zijn woning doen zien.

26

Maar indien Hij aldus zegt: Ik heb geen welgevallen in u; zie, hier ben ik, laat Hem met mij doen wat goed is in zijn ogen.

27

De koning zeide ook tot Zadok de priester: Zijt gij niet een ziener? Keer terug naar de stad in vrede, en uw twee zonen met u, Achimaäz uw zoon en Jonathan, de zoon van Abjathar.

28

Zie, ik zal wachten op de vlakte van de woestijn, totdat er een woord van u komt om mij te berichten.

29

Zadok dan en Abjathar brachten de ark Gods terug naar Jeruzalem; en zij bleven daar.

30

En David ging de helling van de Olijfberg op, wenende terwijl hij opging, met zijn hoofd bedekt, en op blote voeten; en al het volk dat bij hem was, had ieder zijn hoofd bedekt, en zij gingen wenende op.

31

En iemand boodschapte David, zeggende: Achitofel is onder de samenzweerders bij Absalom. Toen zeide David: O HEER, maak toch de raad van Achitofel tot dwaasheid.