Deuteronomium 1:33
“Die voor u uit ging op de weg om voor u een plaats te zoeken om uw tenten op te slaan, des nachts in vuur om u de weg te tonen waarop u gaan moest, en des daags in een wolk.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 1 — omringende verzen
Waarheen zouden wij optrekken? Onze broeders hebben ons hart doen smelten, zeggende: Het volk is groter en langer dan wij; de steden zijn groot en tot de hemel toe versterkt, en bovendien hebben wij de zonen van de Enakieten daar gezien.
29Toen zei ik tot u: Verschrik niet en vrees niet voor hen.
30De HEER, uw God, Die voor u uitgaat, Hij zal voor u strijden, naar alles wat Hij voor u gedaan heeft in Egypte voor uw ogen,
31en in de woestijn, waar u gezien hebt hoe de HEER, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats kwam.
32Maar in deze zaak geloofde u de HEER, uw God, niet,
Die voor u uit ging op de weg om voor u een plaats te zoeken om uw tenten op te slaan, des nachts in vuur om u de weg te tonen waarop u gaan moest, en des daags in een wolk.
En de HEER hoorde de stem van uw woorden en werd toornig, en zwoer, zeggende:
35Geen van deze mannen, van dit boze geslacht, zal dat goede land zien dat Ik gezworen heb uw vaderen te geven,
36behalve Kaleb, de zoon van Jefunne; hij zal het zien, en aan hem zal Ik het land geven waar hij op getreden heeft, en aan zijn kinderen, omdat hij de HEER volkomen gevolgd heeft.
37Ook tegen mij was de HEER toornig om uwentwil, zeggende: Ook u zult daar niet binnengaan.
38Maar Jozua, de zoon van Nun, die voor u staat, hij zal daar binnengaan; bemoedig hem, want hij zal het Israël doen beërven.