Deuteronomium 1:35
“Geen van deze mannen, van dit boze geslacht, zal dat goede land zien dat Ik gezworen heb uw vaderen te geven,”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 1 — omringende verzen
De HEER, uw God, Die voor u uitgaat, Hij zal voor u strijden, naar alles wat Hij voor u gedaan heeft in Egypte voor uw ogen,
31en in de woestijn, waar u gezien hebt hoe de HEER, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats kwam.
32Maar in deze zaak geloofde u de HEER, uw God, niet,
33Die voor u uit ging op de weg om voor u een plaats te zoeken om uw tenten op te slaan, des nachts in vuur om u de weg te tonen waarop u gaan moest, en des daags in een wolk.
34En de HEER hoorde de stem van uw woorden en werd toornig, en zwoer, zeggende:
Geen van deze mannen, van dit boze geslacht, zal dat goede land zien dat Ik gezworen heb uw vaderen te geven,
behalve Kaleb, de zoon van Jefunne; hij zal het zien, en aan hem zal Ik het land geven waar hij op getreden heeft, en aan zijn kinderen, omdat hij de HEER volkomen gevolgd heeft.
37Ook tegen mij was de HEER toornig om uwentwil, zeggende: Ook u zult daar niet binnengaan.
38Maar Jozua, de zoon van Nun, die voor u staat, hij zal daar binnengaan; bemoedig hem, want hij zal het Israël doen beërven.
39En uw kleine kinderen, waarvan u zei dat zij tot een roof zouden zijn, en uw kinderen, die op die dag nog geen onderscheid kenden tussen goed en kwaad, zij zullen daar binnengaan, en aan hen zal Ik het geven, en zij zullen het in bezit nemen.
40Maar wat u betreft, keer u om en trek naar de woestijn langs de weg van de Schelfzee.