Deuteronomium 31:8
“En de HEER, Hij is het Die voor u uit gaat; Hij zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en wees niet versaagd.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 31 — omringende verzen
De HEER uw God, Hij zal voor u overtrekken en Hij zal deze volken voor u verdelgen, en gij zult hen verdrijven; en Jozua, hij zal voor u overtrekken, zoals de HEER gesproken heeft.
4En de HEER zal hun doen gelijk Hij gedaan heeft aan Sihon en aan Og, de koningen der Amorieten, en aan hun land, die Hij verdelgd heeft.
5En de HEER zal hen voor uw aangezicht overgeven, opdat gij hun zult doen overeenkomstig al de geboden die ik u geboden heb.
6Wees sterk en heb goede moed, vrees niet en wees niet bevreesd voor hen, want de HEER, uw God, Hij is het Die met u gaat; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten.
7En Mozes riep Jozua en zei tot hem voor de ogen van geheel Israël: Wees sterk en heb goede moed, want gij zult met dit volk gaan naar het land dat de HEER hun vaderen gezworen heeft hun te geven, en gij zult het hun als erfenis doen innemen.
En de HEER, Hij is het Die voor u uit gaat; Hij zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en wees niet versaagd.
En Mozes schreef deze wet op en gaf haar aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond des HEREN droegen, en aan al de oudsten van Israël.
10En Mozes gebood hun en zei: Aan het einde van elk zevende jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest,
11wanneer geheel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEER, uw God, op de plaats die Hij verkiezen zal, zult gij deze wet voorlezen voor geheel Israël, voor hun oren.
12Verzamel het volk, de mannen en de vrouwen en de kinderen, en uw vreemdeling die binnen uw poorten is, opdat zij horen en opdat zij leren de HEER, uw God, te vrezen, en in acht nemen te doen al de woorden van deze wet.
13En opdat hun kinderen, die het niet geweten hebben, het horen en leren de HEER, uw God, te vrezen, al de dagen dat gij leeft in het land waarheen gij over de Jordaan trekt om het in bezit te nemen.