Terug naar Deuteronomium 31
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 31:9

En Mozes schreef deze wet op en gaf haar aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond des HEREN droegen, en aan al de oudsten van Israël.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 31 — omringende verzen

4

En de HEER zal hun doen gelijk Hij gedaan heeft aan Sihon en aan Og, de koningen der Amorieten, en aan hun land, die Hij verdelgd heeft.

5

En de HEER zal hen voor uw aangezicht overgeven, opdat gij hun zult doen overeenkomstig al de geboden die ik u geboden heb.

6

Wees sterk en heb goede moed, vrees niet en wees niet bevreesd voor hen, want de HEER, uw God, Hij is het Die met u gaat; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten.

7

En Mozes riep Jozua en zei tot hem voor de ogen van geheel Israël: Wees sterk en heb goede moed, want gij zult met dit volk gaan naar het land dat de HEER hun vaderen gezworen heeft hun te geven, en gij zult het hun als erfenis doen innemen.

8

En de HEER, Hij is het Die voor u uit gaat; Hij zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en wees niet versaagd.

9

En Mozes schreef deze wet op en gaf haar aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond des HEREN droegen, en aan al de oudsten van Israël.

10

En Mozes gebood hun en zei: Aan het einde van elk zevende jaar, op de vastgestelde tijd van het jaar van kwijtschelding, op het Loofhuttenfeest,

11

wanneer geheel Israël komt om te verschijnen voor het aangezicht van de HEER, uw God, op de plaats die Hij verkiezen zal, zult gij deze wet voorlezen voor geheel Israël, voor hun oren.

12

Verzamel het volk, de mannen en de vrouwen en de kinderen, en uw vreemdeling die binnen uw poorten is, opdat zij horen en opdat zij leren de HEER, uw God, te vrezen, en in acht nemen te doen al de woorden van deze wet.

13

En opdat hun kinderen, die het niet geweten hebben, het horen en leren de HEER, uw God, te vrezen, al de dagen dat gij leeft in het land waarheen gij over de Jordaan trekt om het in bezit te nemen.

14

En de HEER zei tot Mozes: Zie, uw dagen naderen dat gij sterven moet; roep Jozua en stel u beiden in de tent der samenkomst, opdat Ik hem bevelen geve. En Mozes en Jozua gingen heen en stelden zich in de tent der samenkomst.