Deuteronomium 4:24
“Want de HEER uw God is een verterend vuur, een na-ijverig God.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 4 — omringende verzen
En opdat u uw ogen niet zou opheffen naar de hemel, en wanneer u de zon en de maan en de sterren ziet, ja het gehele heer des hemels, u niet zou worden meegesleurd om die te aanbidden en hen te dienen, welke de HEER uw God aan alle volken onder de ganse hemel heeft toebedeeld.
20Maar u heeft de HEER genomen en u uit de ijzeren smeltoven, uit Egypte, geleid, om Hem een erfvolk te zijn, zoals het heden ten dage is.
21Bovendien was de HEER om uwentwil toornig op mij, en Hij zwoer dat ik de Jordaan niet zou overgaan en dat ik dat goede land niet zou binnengaan, dat de HEER uw God u als erfenis geeft;
22Maar ik moet sterven in dit land, ik mag de Jordaan niet overgaan; maar u zult overtrekken en dat goede land bezitten.
23Neemt u in acht, opdat u het verbond van de HEER uw God niet vergeet, dat Hij met u gemaakt heeft, en opdat u u geen gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets waarvan de HEER uw God u verboden heeft.
Want de HEER uw God is een verterend vuur, een na-ijverig God.
Wanneer u kinderen en kindskinderen verwekt hebt, en u lange tijd in het land gewoond hebt, en u uzelf zou verderven en een gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets, en zou doen wat kwaad is in de ogen van de HEER uw God, om Hem tot toorn te verwekken;
26Ik roep heden de hemel en de aarde als getuigen tegen u, dat u weldra volkomen zult omkomen uit het land waarheen u de Jordaan overtrekt om het te bezitten; u zult uw dagen daarin niet verlengen, maar volkomen worden uitgeroeid.
27En de HEER zal u verstrooien onder de volken, en u zult met weinigen overblijven onder de heidenen, naar dewelke de HEER u zal voeren.
28En daar zult u goden dienen, het werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch ruiken.
29Maar als u van daar de HEER uw God zoekt, zult u Hem vinden, als u Hem zoekt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.