Terug naar Deuteronomium 4
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 4:25

Wanneer u kinderen en kindskinderen verwekt hebt, en u lange tijd in het land gewoond hebt, en u uzelf zou verderven en een gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets, en zou doen wat kwaad is in de ogen van de HEER uw God, om Hem tot toorn te verwekken;

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 4 — omringende verzen

20

Maar u heeft de HEER genomen en u uit de ijzeren smeltoven, uit Egypte, geleid, om Hem een erfvolk te zijn, zoals het heden ten dage is.

21

Bovendien was de HEER om uwentwil toornig op mij, en Hij zwoer dat ik de Jordaan niet zou overgaan en dat ik dat goede land niet zou binnengaan, dat de HEER uw God u als erfenis geeft;

22

Maar ik moet sterven in dit land, ik mag de Jordaan niet overgaan; maar u zult overtrekken en dat goede land bezitten.

23

Neemt u in acht, opdat u het verbond van de HEER uw God niet vergeet, dat Hij met u gemaakt heeft, en opdat u u geen gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets waarvan de HEER uw God u verboden heeft.

24

Want de HEER uw God is een verterend vuur, een na-ijverig God.

25

Wanneer u kinderen en kindskinderen verwekt hebt, en u lange tijd in het land gewoond hebt, en u uzelf zou verderven en een gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets, en zou doen wat kwaad is in de ogen van de HEER uw God, om Hem tot toorn te verwekken;

26

Ik roep heden de hemel en de aarde als getuigen tegen u, dat u weldra volkomen zult omkomen uit het land waarheen u de Jordaan overtrekt om het te bezitten; u zult uw dagen daarin niet verlengen, maar volkomen worden uitgeroeid.

27

En de HEER zal u verstrooien onder de volken, en u zult met weinigen overblijven onder de heidenen, naar dewelke de HEER u zal voeren.

28

En daar zult u goden dienen, het werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch ruiken.

29

Maar als u van daar de HEER uw God zoekt, zult u Hem vinden, als u Hem zoekt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

30

Wanneer u in benauwdheid bent en al deze dingen u zijn overkomen, in de laatste dagen, als u zich tot de HEER uw God bekeert en Zijn stem gehoorzaamt;