Terug naar Deuteronomium 4
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 4:28

En daar zult u goden dienen, het werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch ruiken.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 4 — omringende verzen

23

Neemt u in acht, opdat u het verbond van de HEER uw God niet vergeet, dat Hij met u gemaakt heeft, en opdat u u geen gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets waarvan de HEER uw God u verboden heeft.

24

Want de HEER uw God is een verterend vuur, een na-ijverig God.

25

Wanneer u kinderen en kindskinderen verwekt hebt, en u lange tijd in het land gewoond hebt, en u uzelf zou verderven en een gesneden beeld zou maken, de gelijkenis van iets, en zou doen wat kwaad is in de ogen van de HEER uw God, om Hem tot toorn te verwekken;

26

Ik roep heden de hemel en de aarde als getuigen tegen u, dat u weldra volkomen zult omkomen uit het land waarheen u de Jordaan overtrekt om het te bezitten; u zult uw dagen daarin niet verlengen, maar volkomen worden uitgeroeid.

27

En de HEER zal u verstrooien onder de volken, en u zult met weinigen overblijven onder de heidenen, naar dewelke de HEER u zal voeren.

28

En daar zult u goden dienen, het werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch ruiken.

29

Maar als u van daar de HEER uw God zoekt, zult u Hem vinden, als u Hem zoekt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

30

Wanneer u in benauwdheid bent en al deze dingen u zijn overkomen, in de laatste dagen, als u zich tot de HEER uw God bekeert en Zijn stem gehoorzaamt;

31

(Want de HEER uw God is een barmhartig God;) Hij zal u niet verlaten, noch u verderven, noch het verbond met uw vaderen vergeten, dat Hij hun gezworen heeft.

32

Want vraag toch naar de vroegere dagen die voor u geweest zijn, van de dag af dat God de mens op de aarde geschapen heeft, en vraag van het ene einde des hemels tot het andere, of er ooit zoiets groots als dit geweest is, of iets dergelijks gehoord is.

33

Heeft ooit een volk de stem van God gehoord, sprekend uit het midden van het vuur, zoals u gehoord hebt, en in leven gebleven?