Terug naar Deuteronomium 9
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 9:20

En de HEER was zeer toornig op Aäron om hem te verdelgen; en ik bad ook voor Aäron te dier tijd.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 9 — omringende verzen

15

Toen keerde ik mij om en daalde van de berg af, en de berg stond in brand; de twee tafelen van het verbond waren in mijn beide handen.

16

En ik zag, en zie, gij had gezondigd tegen de HEER uw God; gij had u een gegoten kalf gemaakt; gij waart snel afgeweken van de weg die de HEER u geboden had.

17

En ik greep de twee tafelen en wierp ze uit mijn beide handen en verbrak ze voor uw ogen.

18

En ik wierp mij neer voor de HEER, zoals de eerste maal, veertig dagen en veertig nachten; ik at geen brood en dronk geen water, vanwege al uw zonden die gij gezondigd hadt, door kwaad te doen in de ogen van de HEER, zodat gij Hem tot toorn verwekte.

19

Want ik vreesde voor de toorn en de brandende gramschap waarmee de HEER tegen u vertoornd was om u te verdelgen. Maar de HEER verhoorde mij ook ditmaal.

20

En de HEER was zeer toornig op Aäron om hem te verdelgen; en ik bad ook voor Aäron te dier tijd.

21

En ik nam uw zonde, het kalf dat gij gemaakt had, en verbrandde het met vuur en stampte het fijn en maalde het zeer klein, totdat het zo fijn was als stof; en ik wierp het stof ervan in de beek die van de berg afkwam.

22

En te Tabera, en te Massa, en te Kibrot-Hattaäva hebt gij de HEER tot toorn verwekt.

23

Evenzo, toen de HEER u vanuit Kades-Barnea uitzond met de woorden: Trek op en neem het land in dat Ik u gegeven heb, toen zijt gij weerspannig geweest tegen het gebod van de HEER uw God en hebt gij Hem niet geloofd en Zijn stem niet gehoorzaamd.

24

Gij zijt weerspannig geweest tegen de HEER van de dag af dat ik u kende.

25

Zo wierp ik mij neder voor de HEER veertig dagen en veertig nachten, zoals ik de eerste maal neergeworpen had; want de HEER had gezegd dat Hij u zou verdelgen.