Terug naar Exodus 33
VSV
Statenvertaling

Exodus 33:12

En Mozes zei tot de HEER: Zie, Gij zegt tot mij: Leid dit volk op; maar Gij hebt mij niet laten weten wie Gij met mij zult zenden. Nochtans hebt Gij gezegd: Ik ken u bij name, en gij hebt ook genade gevonden in Mijn ogen.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 33 — omringende verzen

7

En Mozes nam de tabernakel en zette hem buiten het kamp, ver van het kamp af, en noemde hem de Tent der samenkomst. En het geschiedde dat ieder die de HEER zocht, uitging naar de Tent der samenkomst, die buiten het kamp was.

8

En het geschiedde, wanneer Mozes uitging naar de tabernakel, dat al het volk opstond en ieder man bij zijn tentingang stond, en Mozes nakeek, totdat hij de tabernakel was binnengegaan.

9

En het geschiedde, zodra Mozes de tabernakel binnenging, dat de wolkkolom neerdaalde en bij de ingang van de tabernakel stond, en de Heer sprak met Mozes.

10

En al het volk zag de wolkkolom bij de ingang van de tabernakel staan; en al het volk stond op en boog zich neer, ieder bij zijn tentingang.

11

En de HEER sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. Daarna keerde hij terug naar het kamp; maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit de tabernakel.

12

En Mozes zei tot de HEER: Zie, Gij zegt tot mij: Leid dit volk op; maar Gij hebt mij niet laten weten wie Gij met mij zult zenden. Nochtans hebt Gij gezegd: Ik ken u bij name, en gij hebt ook genade gevonden in Mijn ogen.

13

Nu dan, als ik genade gevonden heb in Uw ogen, toon mij toch Uw weg, opdat ik U kenne en genade vinde in Uw ogen; en bedenk dat dit volk Uw volk is.

14

En Hij zei: Mijn aangezicht zal met u meegaan, en Ik zal u rust geven.

15

En hij zei tot Hem: Als Uw aangezicht niet met ons meegaat, voer ons dan niet van hier op.

16

Want waaruit zal hier bekend worden dat ik en Uw volk genade gevonden hebben in Uw ogen? Is het niet daarin, dat Gij met ons meetrekt? Zo zullen wij afgezonderd zijn, ik en Uw volk, van al de volken die op het aardoppervlak zijn.

17

En de HEER zei tot Mozes: Ook deze zaak die gij gesproken hebt, zal Ik doen; want gij hebt genade gevonden in Mijn ogen, en Ik ken u bij name.