Terug naar Ezechiël 32
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 32:21

De sterken onder de machtigen zullen tot hem spreken vanuit het midden van het dodenrijk, met hen die hem geholpen hebben; zij zijn nedergegaan, zij liggen als onbesnedenen, gevallen door het zwaard.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 32 — omringende verzen

16

Dit is het klaaglied waarmede zij haar zullen bewenen; de dochters der volken zullen haar bewenen; over Egypte en over al zijn menigte zullen zij klagen, zegt de Heer HEER.

17

En het geschiedde ook in het twaalfde jaar, op de vijftiende dag der maand, dat het woord des HEREN tot mij kwam, zeggende:

18

Mensenkind, weeklaag over de menigte van Egypte, en werp haar neer, haar en de dochters der beroemde volken, in de onderste delen der aarde, met hen die nederdalen in de kuil.

19

Wien overtreft gij in schoonheid? Daal neder, en word gelegd bij de onbesnedenen.

20

Zij zullen vallen in het midden van hen die gevallen zijn door het zwaard; zij is overgegeven aan het zwaard; trek haar weg met al haar menigten.

21

De sterken onder de machtigen zullen tot hem spreken vanuit het midden van het dodenrijk, met hen die hem geholpen hebben; zij zijn nedergegaan, zij liggen als onbesnedenen, gevallen door het zwaard.

22

Assur is daar met al zijn gezelschap; zijn graven zijn rondom hem; allen zijn gevallen, gesneuveld door het zwaard.

23

Wiens graven zijn gesteld in de zijden van de kuil, en zijn gezelschap is rondom zijn graf; allen zijn gevallen, gesneuveld door het zwaard, die schrik veroorzaakten in het land der levenden.

24

Daar is Elam met al zijn menigte rondom zijn graf; allen zijn gevallen, gesneuveld door het zwaard, die onbesneden zijn nedergegaan in de onderste delen der aarde, die hun schrik veroorzaakten in het land der levenden; en zij dragen hun schande met hen die nederdalen in de kuil.

25

Men heeft hem een rustplaats bereid in het midden der gevallenen met al zijn menigte; zijn graven zijn rondom hem; allen zijn onbesneden, gevallen door het zwaard; hoewel hun schrik veroorzaakt werd in het land der levenden, dragen zij toch hun schande met hen die nederdalen in de kuil; hij is gelegd in het midden van hen die gevallen zijn.

26

Daar is Mesech, Tubal en al zijn menigte; zijn graven zijn rondom hem; allen zijn onbesneden, gevallen door het zwaard, hoewel zij hun schrik veroorzaakten in het land der levenden.