Terug naar Genesis 1
VSV
Statenvertaling

Genesis 1:22

En God zegende hen, zeggende: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 1 — omringende verzen

17

En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde,

18

En om te heersen over de dag en over de nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis; en God zag dat het goed was.

19

En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.

20

En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen levende wezens die wemelen, en gevogelte dat vliege boven de aarde in het open uitspansel des hemels.

21

En God schiep de grote zeemonsters, en alle levende wezens die wemelen, die de wateren overvloediglijk voortbrachten naar hun soort, en alle gevleugeld gevogelte naar zijn soort; en God zag dat het goed was.

22

En God zegende hen, zeggende: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.

23

En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.

24

En God zeide: De aarde brenge levende wezens voort naar hun soort, vee en kruipend gedierte en wild gedierte der aarde naar zijn soort; en het was alzo.

25

En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn soort, en het vee naar zijn soort, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn soort; en God zag dat het goed was.

26

En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.

27

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.