Genesis 1:25
“En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn soort, en het vee naar zijn soort, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn soort; en God zag dat het goed was.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 1 — omringende verzen
En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen levende wezens die wemelen, en gevogelte dat vliege boven de aarde in het open uitspansel des hemels.
21En God schiep de grote zeemonsters, en alle levende wezens die wemelen, die de wateren overvloediglijk voortbrachten naar hun soort, en alle gevleugeld gevogelte naar zijn soort; en God zag dat het goed was.
22En God zegende hen, zeggende: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.
23En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.
24En God zeide: De aarde brenge levende wezens voort naar hun soort, vee en kruipend gedierte en wild gedierte der aarde naar zijn soort; en het was alzo.
En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn soort, en het vee naar zijn soort, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn soort; en God zag dat het goed was.
En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.
27En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
28En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het levende dat op de aarde beweegt.
29En God zeide: Zie, Ik heb u gegeven al het kruid zaad zaaiende, dat op het aangezicht der gehele aarde is, en alle bomen waarin de vrucht van een boom is die zaad zaait; het zal u tot spijze zijn.
30En aan al het wild gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende op de aarde, waarin leven is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven; en het was alzo.