Genesis 1:23
“En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 1 — omringende verzen
En om te heersen over de dag en over de nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en de duisternis; en God zag dat het goed was.
19En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.
20En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen levende wezens die wemelen, en gevogelte dat vliege boven de aarde in het open uitspansel des hemels.
21En God schiep de grote zeemonsters, en alle levende wezens die wemelen, die de wateren overvloediglijk voortbrachten naar hun soort, en alle gevleugeld gevogelte naar zijn soort; en God zag dat het goed was.
22En God zegende hen, zeggende: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.
En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.
En God zeide: De aarde brenge levende wezens voort naar hun soort, vee en kruipend gedierte en wild gedierte der aarde naar zijn soort; en het was alzo.
25En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn soort, en het vee naar zijn soort, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn soort; en God zag dat het goed was.
26En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.
27En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
28En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het levende dat op de aarde beweegt.