Terug naar Genesis 1
VSV
Statenvertaling

Genesis 1:27

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 1 — omringende verzen

22

En God zegende hen, zeggende: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.

23

En het was avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.

24

En God zeide: De aarde brenge levende wezens voort naar hun soort, vee en kruipend gedierte en wild gedierte der aarde naar zijn soort; en het was alzo.

25

En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn soort, en het vee naar zijn soort, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn soort; en God zag dat het goed was.

26

En God zeide: Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.

27

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.

28

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar; en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het levende dat op de aarde beweegt.

29

En God zeide: Zie, Ik heb u gegeven al het kruid zaad zaaiende, dat op het aangezicht der gehele aarde is, en alle bomen waarin de vrucht van een boom is die zaad zaait; het zal u tot spijze zijn.

30

En aan al het wild gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende op de aarde, waarin leven is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven; en het was alzo.

31

En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. En het was avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.