VSV
StatenvertalingHooglied 2:1
“Ik ben de roos van Saron, en de lelie der dalen.”
Kruisverwijzingen
Context
Hooglied 2 — omringende verzen
1
2Ik ben de roos van Saron, en de lelie der dalen.
Gelijk een lelie onder de doornen, zo is mijn liefste onder de dochteren.
3Gelijk een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn beminde onder de zonen. Ik zat neder onder zijn schaduw met grote vreugde, en zijn vrucht was zoet voor mijn gehemelte.
4Hij bracht mij in het wijnhuis, en zijn banier over mij was liefde.
5Ondersteunt mij met rozijnkoeken, verkwikt mij met appelen; want ik ben ziek van liefde.
6Zijn linkerhand is onder mijn hoofd, en zijn rechterhand omhelst mij.