VSV
StatenvertalingJob 29:24
“Als ik hen toelachte, geloofden zij het nauwelijks; en het licht van mijn aangezicht wierpen zij niet neer.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 29 — omringende verzen
19
Mijn wortel was uitgespreid bij de wateren, en de dauw lag de hele nacht op mijn tak.
20Mijn eer was fris in mij, en mijn boog werd vernieuwd in mijn hand.
21Naar mij luisterden de mensen, en wachtten, en bewaarden stilte bij mijn raad.
22Na mijn woorden spraken zij niet meer; en mijn rede druppelde op hen neer.
23En zij wachtten op mij als op de regen; en zij openden hun mond wijd als voor de late regen.
24
25Als ik hen toelachte, geloofden zij het nauwelijks; en het licht van mijn aangezicht wierpen zij niet neer.
Ik koos hun weg, en zat als hoofd, en woonde als een koning in het leger, als één die de treurenden troost.