Job 3:22
“Die zich ten zeerste verheugen en blijde zijn wanneer zij het graf kunnen vinden?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 3 — omringende verzen
Aldaar houden de goddelozen op met woelen; en aldaar rusten de vermoeide.
18Aldaar rusten de gevangenen tezamen; zij horen de stem van de onderdrukker niet.
19De kleine en de grote zijn aldaar; en de knecht is vrij van zijn heer.
20Waarom wordt het licht gegeven aan hem die in ellende is, en het leven aan de bittergeestigen;
21Die naar de dood verlangen, maar hij komt niet; en er naar graven meer dan naar verborgen schatten;
Die zich ten zeerste verheugen en blijde zijn wanneer zij het graf kunnen vinden?
Waarom wordt het licht gegeven aan een man wiens weg verborgen is, en om wie God een haag heeft gelegd?
24Want mijn zuchten gaat mijn eten voor, en mijn gejammer stroomt uit als de wateren.
25Want de zaak die ik zeer gevreesd heb is over mij gekomen, en datgene waarvoor ik beducht was is mij overkomen.
26Ik had geen rust, geen vrede, geen stilte; maar er kwam moeite.