Job 3:19
“De kleine en de grote zijn aldaar; en de knecht is vrij van zijn heer.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 3 — omringende verzen
Met koningen en raadgevers der aarde, die woeste plaatsen voor zichzelf bouwden;
15Of met vorsten die goud hadden, die hun huizen met zilver vulden.
16Of als een verborgen ontijdige vrucht had ik niet geweest; als kinderkens die het licht nooit gezien hebben.
17Aldaar houden de goddelozen op met woelen; en aldaar rusten de vermoeide.
18Aldaar rusten de gevangenen tezamen; zij horen de stem van de onderdrukker niet.
De kleine en de grote zijn aldaar; en de knecht is vrij van zijn heer.
Waarom wordt het licht gegeven aan hem die in ellende is, en het leven aan de bittergeestigen;
21Die naar de dood verlangen, maar hij komt niet; en er naar graven meer dan naar verborgen schatten;
22Die zich ten zeerste verheugen en blijde zijn wanneer zij het graf kunnen vinden?
23Waarom wordt het licht gegeven aan een man wiens weg verborgen is, en om wie God een haag heeft gelegd?
24Want mijn zuchten gaat mijn eten voor, en mijn gejammer stroomt uit als de wateren.