VSV
StatenvertalingJob 41:33
“Op de aarde is zijn gelijke niet, die gemaakt is zonder vrees.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
28
De pijl kan hem niet doen vluchten: slingerstenen worden voor hem tot kaf.
29Werpsperen worden als kaf geacht: hij lacht om het schudden van een speer.
30Scherpe stenen liggen onder hem: hij verspreidt scherpe puntige dingen over het slijk.
31Hij doet de diepte koken als een pot: hij maakt de zee als een pot vol zalf.
32Hij laat achter zich een lichtend spoor; men zou denken dat de diepte grijs haar draagt.
33
34Op de aarde is zijn gelijke niet, die gemaakt is zonder vrees.
Hij aanschouwt alles wat hoog is: hij is een koning over al de kinderen der hoogmoed.