VSV
StatenvertalingJob 41:32
“Hij laat achter zich een lichtend spoor; men zou denken dat de diepte grijs haar draagt.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
27
Hij acht ijzer als stro, en koper als vermolmd hout.
28De pijl kan hem niet doen vluchten: slingerstenen worden voor hem tot kaf.
29Werpsperen worden als kaf geacht: hij lacht om het schudden van een speer.
30Scherpe stenen liggen onder hem: hij verspreidt scherpe puntige dingen over het slijk.
31Hij doet de diepte koken als een pot: hij maakt de zee als een pot vol zalf.
32
33Hij laat achter zich een lichtend spoor; men zou denken dat de diepte grijs haar draagt.
Op de aarde is zijn gelijke niet, die gemaakt is zonder vrees.
34Hij aanschouwt alles wat hoog is: hij is een koning over al de kinderen der hoogmoed.