Job 7:17
“Wat is de mens, dat U hem groot acht? en dat U Uw hart op hem zet?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 7 — omringende verzen
Ben ik een zee, of een zeemonster, dat U een wacht over mij stelt?
13Als ik zeg: Mijn bed zal mij vertroosten, mijn legerstede zal mijn klachten verlichten;
14Dan verschrikt U mij met dromen, en tergt U mij door gezichten;
15Zodat mijn ziel de wurging verkiest, en de dood boven mijn leven.
16Ik walg ervan; ik wil niet eeuwig leven; laat mij met rust; want mijn dagen zijn ijdelheid.
Wat is de mens, dat U hem groot acht? en dat U Uw hart op hem zet?
En dat U hem elke morgen bezoekt, en hem elk ogenblik beproeft?
19Hoe lang zult U niet van mij afwijken, en mij niet met rust laten totdat ik mijn speeksel doorslik?
20Ik heb gezondigd; wat zal ik U aandoen, o Bewaarder der mensen? Waarom hebt U mij als een schietschijf tegenover U gesteld, zodat ik mijzelf tot een last ben?
21En waarom vergeeft U mijn overtreding niet, en neemt U mijn ongerechtigheid niet weg? Want nu zal ik in het stof slapen; en als U mij in de morgen zoekt, zal ik er niet zijn.