Terug naar Johannes 21
VSV
Statenvertaling

Johannes 21:6

En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en zij konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 21 — omringende verzen

1

Na deze dingen openbaarde Jezus Zichzelf wederom aan de discipelen bij de zee van Tiberias; en Hij openbaarde Zich op deze wijze.

2

Er waren bijeen Simon Petrus, en Thomas genaamd Didymus, en Nathanaël van Kana in Galilea, en de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van Zijn discipelen.

3

Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: Wij gaan ook met u mede. Zij gingen uit en scheepten zich terstond in; en in die nacht vingen zij niets.

4

Maar toen de morgen reeds aanbrak, stond Jezus aan de oever; doch de discipelen wisten niet dat het Jezus was.

5

Jezus dan zeide tot hen: Kinderen, hebt gij enige spijs? Zij antwoordden Hem: Neen.

6

En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en zij konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.

7

Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heer. Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zijn bovenkleed — want hij was naakt — en wierp zichzelf in de zee.

8

En de andere discipelen kwamen met het kleine schip; want zij waren niet ver van het land, maar omtrent tweehonderd ellen, en zij sleepten het net met vissen.

9

Zodra zij dan aan land kwamen, zagen zij aldaar een kolenvuur liggen, en vis daarop gelegd, en brood.

10

Jezus zeide tot hen: Brengt van de vissen die gij nu gevangen hebt.

11

Simon Petrus ging op en trok het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.