Johannes 21:9
“Zodra zij dan aan land kwamen, zagen zij aldaar een kolenvuur liggen, en vis daarop gelegd, en brood.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 21 — omringende verzen
Maar toen de morgen reeds aanbrak, stond Jezus aan de oever; doch de discipelen wisten niet dat het Jezus was.
5Jezus dan zeide tot hen: Kinderen, hebt gij enige spijs? Zij antwoordden Hem: Neen.
6En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en zij konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.
7Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heer. Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zijn bovenkleed — want hij was naakt — en wierp zichzelf in de zee.
8En de andere discipelen kwamen met het kleine schip; want zij waren niet ver van het land, maar omtrent tweehonderd ellen, en zij sleepten het net met vissen.
Zodra zij dan aan land kwamen, zagen zij aldaar een kolenvuur liggen, en vis daarop gelegd, en brood.
Jezus zeide tot hen: Brengt van de vissen die gij nu gevangen hebt.
11Simon Petrus ging op en trok het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.
12Jezus zeide tot hen: Komt en houdt de maaltijd. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende dat het de Heer was.
13Jezus dan kwam en nam het brood en gaf het hun, en insgelijks de vis.
14Dit is nu de derde maal dat Jezus Zich aan Zijn discipelen openbaarde, nadat Hij uit de doden opgewekt was.