Terug naar Johannes 21
VSV
Statenvertaling

Johannes 21:11

Simon Petrus ging op en trok het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 21 — omringende verzen

6

En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en zij konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.

7

Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heer. Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zijn bovenkleed — want hij was naakt — en wierp zichzelf in de zee.

8

En de andere discipelen kwamen met het kleine schip; want zij waren niet ver van het land, maar omtrent tweehonderd ellen, en zij sleepten het net met vissen.

9

Zodra zij dan aan land kwamen, zagen zij aldaar een kolenvuur liggen, en vis daarop gelegd, en brood.

10

Jezus zeide tot hen: Brengt van de vissen die gij nu gevangen hebt.

11

Simon Petrus ging op en trok het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.

12

Jezus zeide tot hen: Komt en houdt de maaltijd. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende dat het de Heer was.

13

Jezus dan kwam en nam het brood en gaf het hun, en insgelijks de vis.

14

Dit is nu de derde maal dat Jezus Zich aan Zijn discipelen openbaarde, nadat Hij uit de doden opgewekt was.

15

Toen zij dan de maaltijd gehouden hadden, zeide Jezus tot Simon Petrus: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief meer dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heer, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn lammeren.

16

Hij zeide wederom tot hem ten tweeden male: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Hij zeide tot Hem: Ja, Heer, Gij weet dat ik U liefheb. Hij zeide tot hem: Weid Mijn schapen.