Terug naar Johannes 21
VSV
Statenvertaling

Johannes 21:7

Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heer. Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zijn bovenkleed — want hij was naakt — en wierp zichzelf in de zee.

Kruisverwijzingen

Context

Johannes 21 — omringende verzen

2

Er waren bijeen Simon Petrus, en Thomas genaamd Didymus, en Nathanaël van Kana in Galilea, en de zonen van Zebedeüs, en twee anderen van Zijn discipelen.

3

Simon Petrus zeide tot hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tot hem: Wij gaan ook met u mede. Zij gingen uit en scheepten zich terstond in; en in die nacht vingen zij niets.

4

Maar toen de morgen reeds aanbrak, stond Jezus aan de oever; doch de discipelen wisten niet dat het Jezus was.

5

Jezus dan zeide tot hen: Kinderen, hebt gij enige spijs? Zij antwoordden Hem: Neen.

6

En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en zij konden het niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.

7

Die discipel dan, dien Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heer. Toen Simon Petrus dan hoorde dat het de Heer was, omgordde hij zijn bovenkleed — want hij was naakt — en wierp zichzelf in de zee.

8

En de andere discipelen kwamen met het kleine schip; want zij waren niet ver van het land, maar omtrent tweehonderd ellen, en zij sleepten het net met vissen.

9

Zodra zij dan aan land kwamen, zagen zij aldaar een kolenvuur liggen, en vis daarop gelegd, en brood.

10

Jezus zeide tot hen: Brengt van de vissen die gij nu gevangen hebt.

11

Simon Petrus ging op en trok het net aan land, vol grote vissen, honderd drieënvijftig; en hoewel er zovele waren, scheurde het net niet.

12

Jezus zeide tot hen: Komt en houdt de maaltijd. En niemand van de discipelen durfde Hem vragen: Wie zijt Gij? wetende dat het de Heer was.