Jozua 24:22
“En Jozua zeide tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HEER gekozen hebt om Hem te dienen. En zij zeiden: Wij zijn getuigen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 24 — omringende verzen
Want de HEER onze God, Hij is het die ons en onze vaderen opgeleid heeft uit het land Egypte, uit het diensthuis, en die voor onze ogen die grote tekenen gedaan heeft, en ons bewaard heeft op al de weg die wij gegaan zijn, en onder al de volken door wier midden wij getrokken zijn;
18En de HEER heeft voor ons uit verdreven al de volken, zelfs de Amorieten die in het land woonden; daarom zullen ook wij de HEER dienen, want Hij is onze God.
19En Jozua zeide tot het volk: Gij kunt de HEER niet dienen; want Hij is een heilig God; Hij is een ijverig God; Hij zal uw overtredingen en uw zonden niet vergeven.
20Indien gij de HEER verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omkeren en u kwaad doen en u verteren, nadat Hij u goed gedaan heeft.
21En het volk zeide tot Jozua: Neen; maar wij zullen de HEER dienen.
En Jozua zeide tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HEER gekozen hebt om Hem te dienen. En zij zeiden: Wij zijn getuigen.
Doet dan nu, zeide hij, de vreemde goden weg die in uw midden zijn, en neigt uw hart tot de HEER, de God van Israël.
24En het volk zeide tot Jozua: De HEER onze God zullen wij dienen, en Zijn stem zullen wij gehoorzamen.
25Zo maakte Jozua op die dag een verbond met het volk, en stelde hun een inzetting en een recht op te Sichem.
26En Jozua schreef deze woorden in het boek der wet Gods, en nam een grote steen, en richtte die daar op onder een eik, die bij het heiligdom van de HEER was.
27En Jozua zeide tot het gehele volk: Zie, deze steen zal een getuige voor ons zijn; want hij heeft al de woorden van de HEER gehoord die Hij tot ons gesproken heeft; hij zal dan een getuige voor u zijn, opdat gij uw God niet verloochent.