Jozua 24:25
“Zo maakte Jozua op die dag een verbond met het volk, en stelde hun een inzetting en een recht op te Sichem.”
Kruisverwijzingen
Context
Jozua 24 — omringende verzen
Indien gij de HEER verlaat en vreemde goden dient, dan zal Hij Zich omkeren en u kwaad doen en u verteren, nadat Hij u goed gedaan heeft.
21En het volk zeide tot Jozua: Neen; maar wij zullen de HEER dienen.
22En Jozua zeide tot het volk: Gij zijt getuigen tegen uzelf, dat gij u de HEER gekozen hebt om Hem te dienen. En zij zeiden: Wij zijn getuigen.
23Doet dan nu, zeide hij, de vreemde goden weg die in uw midden zijn, en neigt uw hart tot de HEER, de God van Israël.
24En het volk zeide tot Jozua: De HEER onze God zullen wij dienen, en Zijn stem zullen wij gehoorzamen.
Zo maakte Jozua op die dag een verbond met het volk, en stelde hun een inzetting en een recht op te Sichem.
En Jozua schreef deze woorden in het boek der wet Gods, en nam een grote steen, en richtte die daar op onder een eik, die bij het heiligdom van de HEER was.
27En Jozua zeide tot het gehele volk: Zie, deze steen zal een getuige voor ons zijn; want hij heeft al de woorden van de HEER gehoord die Hij tot ons gesproken heeft; hij zal dan een getuige voor u zijn, opdat gij uw God niet verloochent.
28Zo liet Jozua het volk gaan, een ieder naar zijn erfdeel.
29En het geschiedde na deze dingen, dat Jozua, de zoon van Nun, de knecht van de HEER, stierf, honderd en tien jaren oud.
30En zij begroeven hem op de grens van zijn erfdeel in Timnath-Sera, dat op het gebergte Efraïm ligt, aan de noordzijde van de berg Gaäs.